|
Zondag 12 april 2026
om 10.00 uur
Kerkdienst Dorpskerk
Voorganger(s): Pastor Anton Huisman
Tekst(en): Johannes 20:19-29, Genesis 32:23-33
Ouderling(en): Willie Spaans
Organist: Katalin Somogyi
Zondag 12 april
10.00 Pastor Anton Huisman, met kinderdienst
1e collecte: Stichting Asmik
2e collecte: Kerkelijk beheer
De tweede zondag na Pasen, vieren we met pastor Anton Huisman. Het leesrooster brengt ons terug naar de dag van de opstanding en vertelt naar Johannes 20:19-31 hoe Jezus aan de verbaasde leerlingen verschijnt.
Jezus blaast de heilige Geest over de leerlingen uit. Johannes laat Pasen en Pinksteren dus op dezelfde dag vallen.
Het bekende verhaal van de (on)gelovige Tomas valt ook binnen deze lezing.
Omdat het de tweede zondag van de maand is, is er ook weer Kind&Kerk.
Johannes 20:24-29
24 Een van de twaalf, Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam.
25 Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’
26 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Vrede zij met jullie!’ zei Hij,
27 en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
Genesis 32:23-33
23 Het was nog nacht toen Jakob opstond en de Jabbok overstak op een doorwaadbare plaats, samen met zijn beide vrouwen, zijn twee bijvrouwen en zijn elf zonen.
24 Nadat hij hen over de rivier had geholpen, bracht hij ook al zijn bezittingen naar de overkant.
25 Maar zelf bleef hij achter, helemaal alleen, en er worstelde iemand met hem totdat de dag aanbrak.
26 Toen de ander zag dat hij het niet van hem kon winnen, raakte hij Jakobs heup aan, en daardoor raakte Jakobs heup tijdens die worsteling ontwricht.
27 Toen zei de ander: ‘Laat mij gaan, het wordt al dag.’ Maar Jakob zei: ‘Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent.’
28 De ander vroeg: ‘Hoe luidt je naam?’ ‘Jakob,’ antwoordde hij.
29 Daarop zei hij: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël , want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’
30 Jakob vroeg: ‘Zeg me toch uw naam.’ Maar hij kreeg ten antwoord: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ Toen zegende die ander hem daar.
31 Jakob noemde die plaats Peniël , ‘want,’ zei hij, ‘ik heb oog in oog gestaan met God en toch is mijn leven gered.’ 32 Zodra hij bij Penuel was overgestoken, ging de zon over hem op. Jakob liep mank.
33 Omdat de ander hem had aangeraakt bij de spier die boven het heupgewricht ligt, eten de Israëlieten de heupspier niet, tot op de dag van vandaag.
|