Eerstvolgende kerkdienst

’De ochtenddienst in de Dorpskerk is ook om 10.00 uur te beluisteren op radio Castricum (FM 105 of kabel FM 104,5). Informatie over de eerstvolgende kerkdienst is woensdag of donderdag beschikbaar.


15 december; 10.00 uur: Ds. Hanneke Ruitenbeek, Heiloo;
                          3e zondag van advent; mmv. Connection

1e collecte: Daconie
2e collecte: Kerkelijk beheer

De zondagsbrief voor de dienst kan hier worden gedownload indien beschikbaar.

Tekst van de lezingen:
Jesaja 40: 1 - 11
Johannes 1: 19 - 28

Sions verlossing komt
1Troost, troost mijn volk, zegt uw God. 2Spreekt tot het ​hart​ van ​Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des Heren dubbel ontvangen heeft voor al zijn ​zonden.

3Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des Heren, effent in de wildernis een baan voor onze God. 4Elk dal worde verhoogd en elke berg en heuvel geslecht, en het oneffene worde tot een vlakte en de rotsbodem tot een vallei. 5En de heerlijkheid des Heren zal zich openbaren, en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond des Heren heeft het gesproken.

6Hoor, iemand zegt: Roep. En de vraag klinkt: Wat zal ik roepen? – Alle vlees is gras, en al zijn schoonheid als een bloem des velds. 7Het gras verdort, de bloem valt af, als de adem des Heren daarover waait. Voorwaar, het volk is gras. 8Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van onze God houdt eeuwig stand.

9Klim op een hoge berg, vreugdebode ​Sion; verhef uw stem met kracht, vreugdebode ​Jeruzalem; verhef ze, vrees niet; zeg tot de steden van Juda: Zie, hier is uw God! 10Zie, de Here Here zal komen met kracht en zijn arm zal heerschappij oefenen; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. 11Hij zal als een ​herder​ zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen en ze in zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.

Johannes 1: 19 - 28

Het getuigenis van Johannes over zichzelf
19En dit was het getuigenis van Johannes, toen de ​Joden​ uit ​Jeruzalem​ ​priesters​ en ​Levieten​ tot hem ​zonden​ om hem te vragen: Wie zijt gij? 20En hij beleed en ontkende het niet; en hij beleed: Ik ben de ​Christus​ niet. 21En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij ​Elia? En hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de ​profeet? En hij antwoordde: Neen. 22Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt gij van uzelf? 23Hij zeide: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren, gelijk de ​profeet​ ​Jesaja​ gesproken heeft.
24En er waren sommigen afgezonden uit de ​Farizeeën. 25En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, indien gij de ​Christus​ niet zijt, noch ​Elia, noch de ​profeet? 26Johannes antwoordde hun en zeide: Ik ​doop​ met water; midden onder u staat Hij, van wie gij niet weet, 27Hij, die na mij komt, wiens ​schoenriem​ ik niet waardig ben los te maken.
28Dit geschiedde te Betanië over de ​Jordaan, waar Johannes ​doopte.

(Nederlands bijbelgenootschap)