Eerstvolgende kerkdienst

’De diensten in de Dorpskerk of de Maranathakerk zijn ook te beluisteren op radio Castricum (FM 105 of kabel FM 104,5) 

Informatie over de eerstvolgende kerkdienst is woensdag of donderdag beschikbaar.

In augustus zijn alle diensten in de Maranathakerk

19 augustus; 10.00 uur: Mevr. Eveline Masetti

1collecte: Diaconie
2collecte: Kerkelijk beheer

De zondagsbrief voor deze dienst kan hier worden gedownload indien beschikbaar.

Tekst van de lezingen

Jesaja 35: 1 - 10 en Marcus 7: 31 - 37 

Bevrijding en terugkeer

351De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, 2als een lelie welig bloeien, jubelen en juichen van vreugde. De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, met de schoonheid van de Karmel en de Saron. Men aanschouwt de luister van de HEERde schoonheid van onze God. 3Geef kracht aan trillende handen, maak knikkende knieën sterk. 4Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, hijzelf zal jullie bevrijden.’ 5Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. 6Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. 7Het verzengde land wordt een waterplas, dorstige grond wordt waterrijk gebied; waar eenmaal jakhalzen huisden, maakt dor gras plaats voor riet en biezen. 8Daar zal een ​gebaande​ weg lopen, Heilige​ weg’ genaamd, geen onreine zal die betreden. Over die weg zullen zij gaan, maar dwazen zijn er niet te vinden. 9Geen leeuw of roofdier zal daar komen, geen enkel wild dier dwaalt er rond, ze blijven er allemaal weg, alleen zij die verlost zijn zullen daar gaan. 10Wie door de HEER bevrijd zijn, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg. 

Marcus 7: 31 - 37

31Hij vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het ​Meer van Galilea, dwars door het gebied van ​Dekapolis32Daar werd iemand bij hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak, en men smeekte hem om deze man de hand op te leggen. 33Hij nam de man apart, weg van de menigte, stak zijn vingers in diens oren en raakte met speeksel zijn tong aan. 34Hij sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte diep en zei tegen hem: ‘Effata!’, wat betekent: ‘Ga open!’ 35Meteen gingen zijn oren open, zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken. 36Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden. 37De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: ‘Alles wat hij doet is goed: zelfs doven laat hij horen en stommen laat hij spreken.’

Nederlands bijbelgenootschap