Eerstvolgende kerkdienst

’De diensten in de Dorpskerk of de Maranathakerk zijn ook te beluisteren op radio Castricum (FM 105 of kabel FM 104,5) 

Informatie over de eerstvolgende kerkdienst is woensdag of donderdag beschikbaar.

In juli zijn alle diensten in de Dorpskerk

22 juli; 10.00 uur: Ds. Dick van Arkel

1collecte: Regenboog Amsterdam
2collecte: Kerkelijk beheer

De zondagsbrief voor deze dienst kan hier worden gedownload indien beschikbaar.

Tekst van de lezing

Job 38: 1 t/m 30 en Job 42: 1 t/m 17

Gods antwoord aan Job

1En de HEER antwoordde ​Job​ vanuit een storm. Hij zei: 2‘Wie is het die mijn besluit bedekt onder woorden vol onverstand? 3Sta op, ​Job, wapen je; ik zal je ondervragen, zeg mij wat je weet. 4Waar was jij toen ik de aarde grondvestte?  Vertel het me, als je zoveel weet. 5Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch? Wie strekte het meetlint over haar uit? 6Waar zijn haar sokkels verankerd, wie heeft haar ​hoeksteen​ gelegd, 7terwijl de morgensterren samen jubelden en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde? 8En wie sloot de zee af met een deur, toen ze uit de schoot van de aarde brak? 9Ik hulde haar in een gewaad van wolken en omwond haar met donkere nevels. 10Ik legde haar mijn grenzen op en sloot haar af met deur en grendelbalk, 11en zei: “Tot hiertoe en niet verder, dit is de grens die ik je trotse golven stel.” 12Heb jij ooit de morgen ontboden, de dageraad zijn plaats gewezen, 13om de uiteinden van de aarde te pakken en de goddelozen van haar af te schudden? 14Als klei waarin een ​zegel​ wordt gedrukt, zo krijgt de aarde vorm, haar oppervlak wordt gedrapeerd als een kleed. 15Alleen de goddelozen blijven verstoken van het licht, hun opgeheven arm wordt gebroken. 16Betrad jij ooit de plaats waar de zee opwelt, heb jij over haar diepste bodem gewandeld? 17Zijn de ​poorten​ van de dood aan jou getoond, de deuren van het diepste donker – heb je die gezien? 18Kun jij de aarde in haar volle uitgestrektheid bevatten? Vertel het, als je het allemaal weet! 19Waar is de weg naar de oorsprong van het licht, en de plaats van het donker – is die jou bekend, 20zodat je het naar zijn gebied kunt voeren en het pad naar zijn ​huis​ kunt vinden? 21Jij weet dat vast, want jij werd toen geboren, zo veel jaren liggen achter je! 22Ken je de voorraadkamers van de sneeuw, heb je de voorraadkamers van de hagel gezien, 23die ik heb aangelegd voor tijden van nood, voor dagen van ​oorlog​ en strijd? 24Hoe kom je op de plaats van waar het licht verspreid wordt, van waar de oostenwind over de aarde uitwaait? 25Wie heeft de geulen gekliefd voor de stromen, de weg voor donder en bliksem gebaand, 26zodat de regen neervalt op de onbewoonde aarde, op de woestijn waar geen mensen leven, 27en wildernis en woestenij doordrenkt raken en er overal jong gras opschiet? 28Heeft de regen een vader? Wie brengt de dauwdruppels voort? 29Uit welke schoot wordt het ijs geboren, wie baart de rijp van de hemel, 30wanneer de wateren stollen, hard als steen, wanneer het oppervlak van de zee bevroren raakt ? 

Job 42: 1 t/m 17

Jobs antwoord aan God en zijn verdere lot

421Nu antwoordde Job de HEER2‘Ik weet dat niets buiten uw macht ligt en geen enkel plan voor u onuitvoerbaar is. 3Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip,over wonderen, te groot voor mij om te bevatten. 4“Luister,” zei ik, “dan zal ik spreken, ik zal u ondervragen, zeg mij wat u weet.” 5Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd. 6Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij, zoals ik hier zit in het stof en het vuil.’ 7Nadat de HEER deze woorden tot Job had gesproken, richtte hij zich tot Elifaz uit Teman: ‘Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job. 8Welnu, neem elk zeven jonge stieren en zeven rammen, ga daarmee naar mijn dienaar Job, zodat jullie een ​offer​ kunnen brengen voor jezelf. Job, mijn dienaar, zal voor jullie ​bidden, want ik ben alleen hem goedgezind. Dan zal ik jullie niet blootstellen aan schande, ook al hebben jullie niet juist over mij gesproken, zoals mijn dienaar Job.’ 9En Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma deden zoals deHEER had gezegd en de HEER was Job goedgezind. 10Nadat Job voor zijn vrienden had ​gebeden, bracht de HEER een keer in het lot van Job en hij gaf hem het dubbele van wat hij eerder bezat. 11Al zijn broers en al zijn zusters, en iedereen die hem van vroeger kende, kwamen naar zijn ​huis​ om samen met hem te eten; ze schudden hun hoofd en troostten hem, omdat de HEER zoveel rampspoed over hem had uitgestort. En elk van hen gaf hem een geldstuk en een gouden ​ring. 12De HEER zegende Job in zijn latere leven nog meer dan in zijn vroegere, en zo kreeg Job veertienduizend schapen en ​geiten, zesduizend ​kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen. 13Ook kreeg hij zeven zonen en drie dochters. 14De eerste dochter noemde hij Jemima, de tweede Kesia en de derde Keren-Happuch. 15In het hele land waren geen mooiere vrouwen dan de dochters van Job. En hun vader gaf aan hen een even groot erfdeel als aan hun broers. 16Hierna leefde Job nog honderdveertig jaar en hij zag zijn ​kinderen​ en de ​kinderen​ van zijn ​kinderen​ opgroeien, tot in het vierde ​geslacht. 17En toen stierf Job, oud en verzadigd 

Nederlands bijbelgenootschap