Eerstvolgende kerkdienst

’De ochtenddienst in de Dorpskerk is ook om 10.00 uur te beluisteren op radio Castricum (FM 105 of kabel FM 104,5). Informatie over de eerstvolgende kerkdienst is woensdag of donderdag beschikbaar.


27 oktober; 10.00 uur: ds. Suzan ten Heuw

1e collecte: Neve Shalom
2e collecte: Kerkelijk beheer

De zondagsbrief voor de dienst kan hier worden gedownload indien beschikbaar.

Tekst van de lezingen: uit de Naardense Bijbel
Jesaja 63: 7 - 14
Marcus 6: 45 - 52

7 De vriendschapsdaden van de Ene
maak ik indachtig,-
de lovenswaardigheid van de Ene;
om al wat volbracht heeft de Ene;
de overvloed van goedheid
aan het huis Israël
die hij volvoerd heeft
naar zijn ontferming
en naar de overvloed van zijn vriendschap.

8 Hij zei: ach, mijn gemeente zijn zij,
eigen zonen-en-dochters
die er niet om liegen!-
en werd hun redder.

9 In al hun benauwing
was het hém benauwd:
de engel van zijn aanschijn heeft hen gered,
door zijn liefde en zijn mededogen
heeft hij hen verlost;
hij heeft hen opgetild en gedragen
alle dagen van eeuwig.

10 Maar zij, zij zijn weerspannig geworden
en hebben bedroefd
zijn heilige geest;
hij veranderde voor hen in een vijand,
híj voerde oorlog tegen hen!

11 Moge hij gedenken de dagen van eeuwig,
die van Mozes en zijn gemeente;
waar is hij die deed opklimmen uit de zee
de herders van zijn kudde?-
waar is hij die in het midden daarvan
zijn heilige geest heeft gegeven?-

12 die ter rechterhand van Mozes liet meegaan
zijn luisterrijke arm;
die wateren kliefde voor hun aanschijn
en zich zo een eeuwige naam heeft gemaakt;

13 die hen door oervloeden deed gaan;
evenals een paard in de woestijn
struikelden zij niet;

14 zoals een beest afdaalt in de kloof
geleidde hen de geest van de Ene;
zó hebt ge uw gemeente geleid
en u een luisterrijke naam gemaakt! 

Marcus 6: 45 - 52

45 Meteen ‘dwingt’ hij zijn leerlingen
om in de boot te stappen
en voor hem uit
naar de overkant te gaan, op Betsaïda aan,
totdat hij de schare kan loslaten.

46 Als hij van hen afscheid heeft genomen,
trekt hij weg naar het gebergte
om te bidden.

47 Toen het schemerig werd
is de boot midden op de zee geweest,
en hij, alleen, op het land.

48 Hij ziet hen zwoegen bij het varen,
want de wind is hun tegen geweest,
en omstreeks de vierde wake van de nacht
komt hij naar hen toe, wandelend op de zee,-
hij heeft bij hen willen komen.

49 Maar als zij hem zien wandelen op de zee,
denken ze dat hij een spookverschijning is
en schreeuwen het uit;

50 want allemaal zien ze hem
en zijn ze verbijsterd.
Maar meteen praat hij met hen
en zegt tot hen: houdt moed,
ík ben het, vreest niet!

51 Hij loopt naar hen toe, de boot in,
en de wind bedaart;
maar innerlijk zijn ze nog veel méér
buiten zichzelf geweest;

52 want bij de broden waren ze niet
tot inzicht gekomen,
nee, hun hart is verhard gebleven. 

(Nederlands bijbelgenootschap)