De Dorpskerk

Korte geschiedenis

 

In de vroege middeleeuwen was Noord-Holland een grillig land met veel water dat onderhevig was aan eb en vloed. Daarom werden de eerste kerkjes en kloosters gebouwd op de iets hogere strandwallen. Omstreeks 1200 werd zo een eenvoudig Romaans tufstenen kerkje in Castricum gebouwd, waarvan de noord- en zuidmuur van het schip met enkele van de hooggeplaatste rondboogvensters nog in de huidige Dorpskerk-vroeger Sint Pancratius geheten- terug te vinden zijn. In de 15e eeuw werd het koor vervangen door een Gotische ruimte en los van de oude Romaanse westgevel werd een drie-leden hoge toren opgetrokken. In 1520 werd de ruimte tussen kerk en toren opgevuld.
                                                                                                                                        

Van het oorspronkelijke interieur heeft alleen het stenen doopvont- uit 1519 - de beeldenstorm en de tand des tijds overleefd. Het eikenhouten doophek stamt uit 1742. Het orgel is een zgn. Kabinetorgel, kwam in 1893 in het bezit van de toenmalige Hervormde Gemeente maar stamt uit 1740; het is gebouwd door de beroemde orgelbouwer Christiaan Müller.

De kerk is herhaaldelijk verbouwd maar helaas niet steeds even verantwoord. Tijdens de restauratie in 1953/1955 is het gebouw zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht. Na een fikse opknapbeurt in 1992, die vooral op de binnenkant betrekking had, heeft het kerkgebouw ook sterk aan bruikbaarheid gewonnen.

Sinds 1996 ontfermt zich de "STICHTING CASTRICUMS MONUMENT ONS EEN ZORG" 
over de Dorpskerk als Rijksmonument. 

Iedere donderdag tussen 11.00 en 15.00 uur is de Dorpskerk open als stiltecentrum,als een plaats voor meditatie, gebed en rust. Organisatie ligt in handen van Agaath Ruinaard.