Protestantse Kerk Castricum

Leeskring ‘Middengeneratie 2018’

Zoals u/je wellicht weet, heb ik vanaf oktober tot en met december 2017 alle gemeenteleden in de leeftijdscategorie van vijfentwintig tot vijftig jaar individueel per post benaderd met de verzoeken een omschrijving te geven van de eigen leefwereld en suggesties te doen voor het pastoraat op basis van eigen wensen en behoeften. Een van de resultaten van deze schriftelijke pastorale behoeftepeiling is de vaststelling van een gedeelde behoefte aan een netwerk met leeftijdsgenoten in Castricum met wie op verdiepende wijze gereflecteerd kan worden op zingevingsthema’s in relatie tot het alledaagse leven. Om tegemoet te komen aan deze gedeelde behoefte in het kader van levensbeschouwelijke vorming en toerusting zou ik graag in het eerste kwartaal van 2018 met belangstellende gemeenteleden in de leeftijdscategorie van vijfentwintig tot zestig jaar een leeskring starten naar aanleiding van een te nomineren boek. Ook gemeenteleden van andere gezindtes en levensbeschouwelijke groeperingen in Castricum en omgeving alsook niet-gemeenteleden uit de genoemde leeftijdsgroep zijn van harte welkom.

 Ik heb een selectie gemaakt van vijf boeken die elk raken aan gemeenteopbouw en christelijk geloof. Ik zou u/jou willen verzoeken om met behulp van onderstaande beschrijvingen een top vijf te maken van uw/jouw voorkeursboeken en deze naar mij te mailen. Met het meest favoriete boek zullen wij ons de komende tijd door lezing en gedachtewisseling bezighouden. Wat de structuur betreft, valt te denken aan het verdelen van hoofdstukken, waarbij iedere deelnemer telkens een inleiding op een hoofdstuk voor haar of zijn rekening neemt en iedere lezer(es) per keer een of meerdere gespreksvragen en/of lezerservaringen meeneemt als input voor het gesprek. Het lijkt me zinvol hetgeen in de literatuur naar voren komt en wat in de bespreking naar voren wordt gebracht, zoveel mogelijk toe te passen op ‘de Castricumse situatie’ zoals u/jij die ziet en ervaart. Ik stel voor om per keer een vervolgdatum, -tijd en -locatie overeen te komen.

1. Akke van der Kooi, De ziel van het christelijk geloof. Theologische invallen bij de praktijk van geloven, Kampen 2006

Dit boek ligt in het verlengde van het proefschrift van de auteur over de theoloog Oepke Noordmans getiteld Het heilige en de Heilige Geest bij Noordmans. Een schets van zijn pneumatologisch ontwerp uit 1992. Het boek onderzoekt in twee delen de geestelijke dimensie van christelijk geloven. In het eerste deel laat de auteur zien hoe geloof en heiliging in het werk van Noordmans met het eigen leven samenhangen en formuleert voor die samenhang een nieuwe religieuze taal. In dit deel wordt onder andere een hoofdstuk gewijd aan de rol van het lijden en de transformatie van het lijden, dat in samenspraak kan worden gebracht met levensgebeurtenissen als ziekte, scheiding, eenzaamheid en verlies.          

In het tweede deel trekt de auteur de geschetste lijnen van Noordmans door naar een eigen profiel van christelijk leven in de eenentwintigste eeuw. Ze doet dat in elk hoofdstuk op een ander niveau: cultuurtheologisch, ecclesiologisch, missionair en antropologisch. De auteur gaat bijvoorbeeld in op de betekenis van het begrip ‘ontlediging’, bespreekt een spiritualiteit van het delen, het belang van vriendschap en de verlangzaming van de tijd, de rol van geleefde volharding en wat het kan betekenen kerk te zijn in een stedelijke achterstandswijk.

2. Gloria Wekker, Witte onschuld. Paradoxen van kolonialisme en ras, Amsterdam 2018

Hoe is het om wit te zijn? Welke privileges ontleen jij aan je wit-zijn? Hoe verloopt de integratie van witte mensen in Nederland? Dit zijn een drietal vragen die een rol kunnen spelen bij ‘racial awareness’. In het boek Witte Onschuld onderzoekt de antropologe Gloria Wekker een centrale paradox in de Nederlandse samenleving: de passie en agressie die het begrip ‘ras’ oproept, terwijl het bestaan van ras en racisme tegelijkertijd wordt ontkend. Wekker verkent het dominante zelfbeeld van de witte Nederlander aan de hand van attitudes en emoties die dit zelfbeeld in stand houden en volgens haar hun oorsprong hebben in het koloniale verleden van Nederland. Wekker schrijft over de wijze waarop de media de beeldvorming over zwarte vrouwen en mannen bepalen, over het kennisgebrek over ras in de Nederlandse academie, de hedendaagse conservatieve politiek en de controverse rondom het Zwarte-Piet-debat. We zouden als leeskring kunnen nadenken over de vraag hoe het komt dat ook de PKN een overwegend wit instituut is, op welke wijze we als Protestantse Gemeente Castricum meer gestalte kunnen geven aan de voorkeuren en stijlen van andere etniciteiten en hoe we bijvoorbeeld de samenwerking en emancipatie van migrantenkerken kunnen bevorderen. Een eerste visuele inleiding in de thematiek van ‘wit bewustzijn’ is de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman: https://www.vpro.nl/programmas/2doc/2016/wit-is-ook-een-kleur.html

3. Søren Kierkegaard, Oefening in christendom, Kopenhagen 1850

Het geschrift Oefening in christendom is de hekkensluiter van het pseudonieme oeuvre van theoloog en religieus schrijver Søren Kierkegaard. Het uitgangspunt in Oefening in christendom is het verschil tussen het op het vroege christendom gebaseerde evangelisch christendom en ‘de bestaande christenheid’. Kierkegaard beoogt het denken en leven van de eerste christenen uit de eerste eeuw, zoals ons dat in het Nieuwe Testament is overgeleverd, in al z’n eenvoud, waarheid en geestelijke veeleisendheid te rehabiliteren. In drie hoofdstukken werkt Kierkegaard drie centrale begrippen uit het christendom uit, te weten: een, de gelijktijdigheid met Jezus van Nazareth, twee, de mogelijkheid van de ergernis en drie, de noodzaak tot navolging.  

4. Maurice Blanchot, De onuitsprekelijke gemeenschap, Amsterdam 1985

Het boek De onuitsprekelijke gemeenschap van essayist en filosoof Maurice Blanchot bestaat uit twee delen. In die twee delen wordt de centrale these uitgewerkt dat gemeenschap een afwezigheid van gemeenschap omvat, doordat gemeenschap een verhouding introduceert tot een ander die niet te herleiden is tot het zelf. Het eerste deel is getiteld De negatieve gemeenschap, namelijk de gemeenschap die geënt is op de dood van de ander, waardoor de eenwording met de ander via extase en overgave niet kan plaatsvinden. Het tweede deel is getiteld De gemeenschap van de geliefden, dat handelt over de onbereikbaarheid van de ander vanuit het perspectief van de dood. Blanchot vat de dood aan de ene kant op als een onvermogen tot liefde en aan de andere kant als een offer uit liefde.

5. Rodaan Al Galidi, Hoe ik talent voor het leven kreeg, Amsterdam 2016

De bronnen voor het schrijven van de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg zijn de ervaringen die de auteur Rodaan Al Galidi als asielzoeker in Nederland opdeed. Al Galidi vluchtte uit Irak en woont sinds 1998 in Nederland. Het boek laat vanuit een insidersperspectief zien, wat het kan betekenen als vluchteling in Nederland te arriveren, hoe het voelt om te wachten op de uitslag van een asielaanvraag, hoe het leven in een asielzoekerscentrum in Nederland eruit kan zien, en wat je status als auteur is, wanneer je in 2011 van de Europese Unie de Literatuurprijs krijgt uitgereikt en kort daarna voor je inburgeringstoets zakt. Kort samengevat is het centrale thema van Al Galidi’s roman de verhouding tussen het laten gelden van wetten en regelgeving en de implicaties daarvan op een mensenleven. 

Ds. Suzan ten Heuw
E-mail: suzantenheuw@pkcastricum.nl