Protestantse Kerk Castricum

Eerstvolgende kerkdienst

’De diensten in de Dorpskerk of de Maranathakerk zijn ook te beluisteren op radio Castricum (FM 105 of kabel FM 104,5)
 

Eerstvolgende kerkdienst 

Maranathakerk; dienst in de Dorpskerk

Dorpskerk; 10.00 uur: Ds. F.C. van Dijke; 2zondag van advent;
                                              Maaltijd van de Heer; dienst met doventolk

1collecte: Voedselbank
2collecte: Pastoraat

Tekst van de lezingen

Jesaja 2: 1 - 5 en Johannes 1: 19 - 28

Jesaja 2: 1 - 5

De dag van de HEER

1Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem. 
2Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan,
verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, 
3machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER,
naar de tempel van Jakobs God.
Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER
4Hij zal rechtspreken tussen de volken,over machtige naties een oordeel vellen.
Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen.
Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.
5Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de HEER.

Johannes 1: 19 - 28

Getuigenissen

19Dit is het getuigenis van Johannes. De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om hem te vragen: ‘Wie bent u?’ 20Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de messias.’21Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’ Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’ ‘Bent u de profeet?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. 22‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan degenen die ons gestuurd hebben – wie zegt u zelf dat u bent?’ 23Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer,” zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’ 24De afgevaardigden die uit de kring van de farizeeën kwamen, 25vroegen verder: ‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent, en ook niet Elia of de profeet?’26‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u niet kent, 27hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’ 28Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.

Ned. Bijbelgenootschap